Illustration of a surgeon wearing a yellow scrub, standing upright.

Operatie bij stressincontinentie bij mannen

Wanneer andere behandelingen onvoldoende resultaat geven, kan een operatie worden overwogen om stressincontinentie bij mannen te behandelen. Op deze pagina leest u welke operaties beschikbaar zijn en wat u vóór en na de ingreep kunt verwachten.

Verwante onderwerpen voor meer informatie

Voorafgaand aan de operatie kan uw arts urologische prehabilitatie (voorbereidende begeleiding vóór de operatie) aanbevelen. Dit bestaat uit oefeningen en begeleiding die gericht zijn op het voorbereiden van de bekkenbodemspieren en het vergroten van de kans op een goed resultaat. Ook na de operatie kan begeleiding door een bekkenbodemspecialist of fysiotherapeut helpen bij het herstel, het versterken van de bekkenbodemspieren en het verbeteren van de controle over de blaas. Deze ondersteuning kan een belangrijk onderdeel zijn van uw behandeling en herstel.

  • Is een operatie voor mij de meest geschikte behandeling?
  • Welke operatie raadt u in mijn situatie aan?
  • Wat zijn de voordelen van deze behandeling?
  • Welke risico's of complicaties kunnen optreden?
  • Hoelang duurt de operatie?
  • Hoelang duurt het herstel?
  • Moet ik na de operatie in het ziekenhuis blijven?
  • Wanneer kan ik mijn dagelijkse activiteiten hervatten?
  • Zijn er andere behandelmogelijkheden die ik zou moeten overwegen?
  • Zal de operatie het urineverlies volledig verhelpen?
  • Hoelang blijft het effect van de operatie bestaan?
  • Is het mogelijk dat ik in de toekomst aanvullende behandelingen nodig heb?
  • Hoe kan ik mij het beste voorbereiden op de operatie?
  • Waar moet ik rekening mee houden tijdens het herstel?

Dit hoofdstuk bevat algemene informatie over operatieve behandelingen van stressincontinentie bij mannen. Het is geen vervanging voor professioneel medisch advies of behandeling. Raadpleeg altijd uw arts of zorgverlener voor advies over uw persoonlijke medische situatie.

Laatst bijgewerkt: augustus 2025

Beoordeeld door:

  • Dr. Cyrille Guillot-Tantay (YAU-werkgroep Functionele Urologie)
  • De heer Tomasz Michalek (Patiëntenbureau EPAG)